Jaarverslag 2015

2015 in Cijfers

Instroomontwikkeling

7.3 Bestuursrechtelijke rechtszaken bij de rechtbanken

De instroom van ongeveer 99.290 zaken bij de rechtbanken op het gebied van het bestuursrecht was het laagste niveau sinds jaren. De instroom daalde over de gehele linie: vreemdelingenzaken met 21 procent, belastingzaken met 5 procent en ‘reguliere’ bestuurszaken met 4 procent.

De instroom reguliere bestuurszaken nam in 2015 met 4 procent af naar 50.100. Binnen deze groep zaken is het beeld wisselend. De grootste afname was zichtbaar bij ambtenarenzaken (meer dan gehalveerd, na de piek in 2014 die gerelateerd was aan de reorganisatie van de politie). Bijstandszaken, bouwgerelateerde zaken en voorlopige voorzieningen namen af, terwijl sociale verzekeringszaken toenamen. Toename is er specifiek bij de Wet op de Huurtoeslag, de AWBZ en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Bij de laatstgenoemde groep is sprake van een verdubbeling, van ruim 1.100 zaken per jaar in 2013 en 2014 tot 2.200 in 2015. Dit betreft zaken tussen burgers en gemeenten over het persoonsgebonden budget en andere vormen van (mantel)zorg.

Hoewel de totale asielinstroom in Nederland, bestaande uit eerste aanvragen, tweede en volgende asielaanvragen en nareis, in 2015 ten gevolge van de migratiecrisis is toegenomen, is het aantal voor de rechter gebrachte vreemdelingenzaken met 21 procent sterk afgenomen tot circa 23.000. Vooral de instroom bij de rechter van reguliere zaken en bewaringszaken nam af. Een groot gedeelte van de asielinstroom in 2015 bij de IND bestond uit asielaanvragen van vreemdelingen met de Syrische nationaliteit. Met name voor Syriërs geldt dat relatief veel aanvragen worden ingewilligd door de IND, waardoor geen beroepen bij de vreemdelingenrechter volgen.

De instroom van belastingzaken bij de rechtbank is in 2015 met 5 procent afgenomen tot 26.000 zaken. Rijksbelastingzaken namen in aantal toe en belastingzaken van lagere overheden namen juist af. De toename was geconcentreerd in wet verhuurderheffing, parkeerbelasting, omzetbelasting en dividendbelasting. De afname was geconcentreerd bij erfbelasting en WOZ. Bij deze laatste categorie was onder andere sprake van een eenmalige piekinstroom vanwege een grote hoeveelheid zaken tussen een woningstichting en een gemeente.