Jaarverslag 2015

2015 in Cijfers

Instroomontwikkeling

7.1 De kantonrechter

Het totale aantal bij de kantonrechter aangebrachte zaken nam in 2015 met 7 procent af, dat wil zeggen circa 72.000 zaken tot 1 miljoen 37 duizend zaken.

Het aantal familierechtelijke zaken bij de kantonrechter nam met 9 procent toe. Het zijn vooral zaken rond het bewind over meerderjarigen, zoals verzoeken tot bewindvoering, goedkeuring van de rekening en verantwoording en het verlenen van machtigingen. In 2015 zijn ongeveer 48.000 bewindvoeringen gestart en circa 20.000 beëindigd. Het aantal lopende bewindvoeringszaken liep op tot 295.000 op 31 december 2015. Er zijn verschillende vormen van bewind: schuldenbewind, beschermingsbewind meerderjarigen, curatele en mentorschap.

Schuldenbewind neemt sterk toe. Het is voor mensen die in een problematische schuldsituatie verkeren. Verkwisting en problematische schulden zijn gronden voor deze vorm van bewind.

Beschermingsbewind is voor mensen die hun financiële zaken niet zelf kunnen regelen, vanwege hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid. De bewindvoerder neemt beslissingen over het geld en de goederen van de betrokkene. Wie onder bewind staat, blijft handelingsbekwaam.

Mentorschap is voor mensen die hun persoonlijke zaken niet meer zelf kunnen regelen. De mentor neemt beslissingen over de verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van de betrokkene. Iemand die een mentor heeft, blijft handelings­bekwaam.

Curatele is voor mensen die hun financiële en persoonlijke zaken niet zelf kunnen regelen. De curator neemt beslissingen over geld, verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van de betrokkene. Iemand die onder curatele staat, is handelings­onbekwaam.

De instroom handelszaken bij de kantonrechter nam in 2015 met circa 4 procent verder af tot 465.350. De grootste groep handelszaken vormen de dagvaardingszaken (waaronder veel incassozaken) en het volume daarvan nam met circa 4 procent af, tot circa 443.000 zaken. Op 1 juli 2015 is de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) ingevoerd, waardoor de ontslagroutes via UWV en kantonrechter volledig zijn hervormd. De stroom ontbindingszaken is na 1 juli 2015 slechts langzaam op gang gekomen. Dat houdt ongetwijfeld mede verband met het feit dat de maand juni 2015 een piek te zien heeft gegeven in de instroom van ontbindingszaken, landelijk gezien was er toen sprake van een verdubbeling van de normale maandinstroom.

Het aantal zogenoemde geregelde arbeidsontbindingen nam na invoering van de WWZ zeer sterk af. Geregelde arbeidsontbindingen zijn ontbindingsverzoeken waarbij partijen het al met elkaar eens zijn, ook over de ontslagvergoeding, maar waarbij partijen dat wel in een vonnis willen laten vastleggen. Er was sprake van een daling van circa 290 per maand vóór de WWZ naar circa 50 per maand ná 1 juli 2015. De geregelde zaken na invoering van de WWZ speelden bijna allemaal in het onderwijs en kennelijk is de oorzaak daarvan dat de werkgevers in het onderwijs de ingevolge de CAO Primair Onderwijs verschuldigde wachtgeldregeling en outplacementvergoeding alleen kunnen declareren bij het Participatiefonds als aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter ten grondslag ligt.

De instroom overtredingszaken nam voor het eerst sinds 2010 toe (12 procent) en bedroeg 67.630 zaken. Het aantal Mulderzaken3 en gijzelingszaken (inclusief gijzelingen in vervolg op de OM strafbeschikking) is echter het meest opvallend, want zeer sterk afgenomen; in 2013 en 2014 lag dit op een recordhoogte van bijna 200.000 zaken, maar in 2015 zag de Rechtspraak hier slechts 100.000 zaken van. Deze groep zaken is te splitsen in enerzijds de beroepen bij de rechter tegen de boetes en anderzijds de gijzelingszaken omdat men de opgelegde boete (inclusief die van de OM strafbeschikking) niet betaalde. De daling werd vrijwel volledig veroorzaakt door de daling van het aantal gijzelingszaken, dat met circa tweederde terugliep. In aantallen gaat het in dit geval om een afname van een niveau van ongeveer 132.000 naar 42.000.

Als iemand een boete of een strafbeschikking niet betaalt, kan hij of zij uiteindelijk worden gegijzeld. Het OM moet hiervoor toestemming vragen aan de rechter. Als de rechter toestemming geeft, haalt de politie hem of haar op en wordt de niet-betaler een aantal dagen in de gevangenis vastgezet. Gijzeling is zo een middel om mensen onder druk te zetten om alsnog te betalen. Na afloop van de gijzeling is, anders dan bij vervangende hechtenis, de boete nog niet van de baan. De Ombudsman achtte dat gijzeling te vaak wordt toegepast. Lange tijd is het zo geweest dat gijzeling automatisch werd toegepast omdat de boete niet was betaald, zonder dat duidelijk was of iemand kon betalen. ‘Het systeem raakte oververhit: niet alleen de burger maar ook de instanties werden gegijzeld in het systeem’, aldus de Nationale ombudsman. Er wordt onderzocht of het mogelijk is beter uit te zoeken of iemand wel kan betalen, voordat diegene wordt gegijzeld. Voorlopig worden er vrijwel geen Muldergijzelingen aangebracht. Het is vooralsnog onduidelijk hoe omvangrijk de instroom van zaken van dit type in de toekomst zal gaan worden.

3 Mulderzaken gaan over lichte verkeersovertredingen en onverzekerd rijden. Procedures over verkeersboetes vallen niet allemaal onder Mulderzaken. Wanneer ze gefiscaliseerd zijn, zijn het belastingzaken.